Het circuit

Hoe Jackie Stewart's ongeluk in 1966 de Formule 1 veranderde

Gepubliceerd: 28 mei 2026
Jackie Stewart's Tyrrell-Ford Formule 1-auto tentoongesteld in het National Museum of Scotland
Foto: Mike Pennington — CC BY-SA 2.0 via Wikimedia Commons

Een regenachtige dag in de Ardennen

Het is 12 juni 1966. De Belgische Grand Prix start op het oude Spa-circuit — veertien kilometer door bossen en dorpen, zonder vangrails, zonder marshals op elke post, zonder moderne veiligheidsmaatregelen. Het regent bij La Source, maar aan de andere kant van het circuit schijnt de zon. Coureurs weten pas halverwege de eerste ronde wat het weer doet.

In de achtste bocht gaat het mis. Jackie Stewart verliest de controle over zijn BRM H16, ramt een boerderij-afsluiting en belandt ondersteboven in een greppel. Benzine lekt over zijn lichaam. Zijn stuur is ingedrukt door de crash en klemt hem vast. Er zijn geen brandblussers. Er is geen medische auto. Stewart hangt twintig minuten vast voordat teamgenoten Graham Hill en Bob Bondurant — zelf net gecrasht — hem met een tool van een omstander bevrijden.

Die twintig minuten veranderen de Formule 1.

Stewart neemt het heft in eigen handen

Jackie Stewart was niet iemand die zijn mond hield. In een sport waar coureurs stoïcijns met gevaar leerden leven, begon hij luid en duidelijk te zeggen dat het anders moest. Hij richtte samen met Louis Stanley en Sid Watkins — later de legendarische F1-circuitsarts — een beweging op voor betere veiligheid.

Zijn eisen klonken destijds revolutionair: vangrails langs alle circuits, crashteams aanwezig tijdens iedere race, medische voorzieningen op het circuit zelf, kortere circuits die beter te bewaken waren. De FIA en veel circuiteigenaren reageerden sceptisch. Circuits waren circuits; gevaar hoorde erbij. Stewart bleef duwen.

Hij weigerde zelfs deel te nemen aan races op circuits die hij gevaarlijk vond. Dat kostte hem publieke steun — maar uiteindelijk ook levens, op de goede manier: hij redde ze.

Wat er op Spa zelf veranderde

Na 1966 reed Spa jarenlang geen Grand Prix. De Grand Prix keerde terug in 1983, maar niet op het originele veertien kilometer lange circuit door de open weg. Het was ingekort tot het huidige 7.004 kilometer lange tracé, met vaste veiligheidsvoorzieningen, vangrails, en later kerbstones, gravelbedden en bandenstapels.

Stewart's erfenis is zichtbaar op elke meter asfalt: de Safety Car, de medische helikopter die altijd klaarstaat bij de start, de armband met bloedgroep die elke coureur draagt, de HANS-kraagbeschermer in de helm. Geen van die zaken was er in 1966.

Toch bleef Spa gevaarlijk. In 1994 overleed Roland Ratzenberger op Imola, in 1995 Gonzalo Rodriguez op Lausitzring — en in 2019 stierf Anthoine Hubert bij de F2-race op Spa. Elk ongeluk brengt nieuwe discussies over veiligheid op Spa door de jaren heen, maar de basis van alles ligt in die greppel in 1966.

Stewarts driemaal wereldkampioen, ondanks alles

Opmerkelijk genoeg bleef Jackie Stewart racen. Hij werd wereldkampioen in 1969, 1971 en 1973 — drie titels die hem tot een van de grootste coureurs ooit maken. In 1973 stopte hij abrupt, na de dood van zijn teamgenoot François Cevert in Watkins Glen. Opnieuw: veiligheid boven ego.

Zijn Tyrrell-Ford uit die periode staat tentoongesteld in het National Museum of Scotland in Edinburgh. Het is een auto van nog geen 500 kilogram, open cockpit, nauwelijks bescherming. Als je die auto ziet, begrijp je waarom Stewart vocht waar hij voor vocht.

Wil je begrijpen hoe het circuit er vandaag uitziet — na al die renovaties en veiligheidsingrepen? Lees dan meer over de technische specs van Spa-Francorchamps of duik in de circuit-renovaties van 2022 en daarna.

De blijvende impact op de moderne F1

Wat begon met een ongeluk in een greppel in de Ardennen is uitgegroeid tot een complete veiligheidscultuur in de motorsport. De FIA heeft een Medical Car die bij elke race meteen achter de Safety Car rijdt. Ieder circuit dat een WK-race wil organiseren, moet voldoen aan strikte FIA-Grade-1-eisen: ruimte voor uitloopzones, SAFER-barriers op de muren, medische faciliteiten binnen twee minuten bereikbaar.

Steward pleitte ook voor kortere circuits. Geen enkel F1-circuit is tegenwoordig langer dan 7.004 km — precies het huidige Spa. En er zijn tracklimieten, DRS-zones, FIA-stewards bij elke bocht. Niet glamoureus, maar doeltreffend.

De Formule 1 is nog altijd gevaarlijk. Maar de coureurs die vandaag Eau Rouge met 300 km/u aannemen, doen dat op een circuit dat fundamenteel anders is ingericht dan in 1966 — en Jackie Stewart is de reden.

Veelgestelde vragen
Wat gebeurde er precies met Jackie Stewart in 1966 op Spa?
Stewart verloor in de regen de controle over zijn BRM, crashte en bleef twintig minuten ingeklemd in zijn auto. Benzine lekte over hem heen, maar er was geen reddingsteam aanwezig. Teamgenoten bevrijdden hem met gereedschap van een omstander.
Wat heeft Jackie Stewart gedaan voor de veiligheid in de Formule 1?
Stewart eiste vangrails, medische faciliteiten op circuits, crashteams bij elke race en kortere circuitlayouts. Hij weigerde te racen op circuits die hij gevaarlijk vond en duwde de FIA jarenlang richting strenger beleid.
Is de Belgische Grand Prix na 1966 teruggebleven op het oude Spa-circuit?
Nee. Na 1966 meed de F1 Spa lange tijd. Toen de race in 1983 terugkwam, was dat op een nieuw, ingekort circuit van 7.004 km — veel veiliger dan het originele veertien kilometer lange straatcircuit.
Hoe vaak werd Jackie Stewart wereldkampioen?
Drie keer: in 1969, 1971 en 1973, allemaal met Tyrrell. In 1973 stopte hij abrupt na de dood van zijn teamgenoot François Cevert.